De eerste maand met de nieuwe groep zit erop. Het fundament voor een werkbare relatie met de leerlingen is gelegd, al moet het cement nog harden. De onderbreking vanwege familie omstandigheden was vanuit de leerlingen bekeken bepaald niet gemakkelijk. Ze hadden net een glimp opgevangen van de nieuwe structuur en cultuur om vervolgens een week in andere groepen op bezoek te gaan of thuis de tijd door te komen. Als jouw brein signalen anders opvangt en vertaalt dan de grote massa, zoals bij onze leerlingen veelal het geval is, dan valt zoiets gewis niet mee. 

Gisteren was een ‘shift in energy’ voelbaar. ’s Ochtends was de onderwijsassistente in de buurgroep en bij ons moesten nog toetsen worden afgenomen. Met de rode-stip-want-de-juf-heeft-al-haar-aandacht-nodig-voor-de-toetsleerlingen, dus red jezelf met behulp van je klasgenoten, op het bord, twee bladzijden taalwerk en een ‘wat doe je al je klaar bent’ opdracht, lukte het de meeste leerlingen uitstekend om stil te werken. Het was niet de eerste keer dat het mogelijk was om op deze manier rustig bezig te zijn alleen is het nog wel uitzonderlijk, dus te vieren. 

Dit soort sleutelmomenten maken me overmoedig en enthousiast. Mijn geest zat al te spinnen bij de gedachte aan het nieuwe Roald Dahl voorleesboek dat klaar lag en haalde de zak chips al uit de kast, bij wijze van spreken. 

Te vroeg gejuicht. Eén prikkel is voldoende om onrust te wekken en kan de hele groep als in een draaikolk meeslepen. Als ik alert genoeg ben en me niet laat leiden door gedachten en emoties, zorgen en plannen, ja zelfs niet door het enthousiasme dat in me rondwaart, ga ik rustig op mijn kruk zitten. Ik doe een one-moment meditatie en kalmeer mijn lichaam en geest. In een mum van tijd reageert een groot deel van de groep hier op. Sommigen manen anderen tot stilte of draaien zich om zodat ze de prikkels die er nog zijn, reduceren. Het is nog niet zover dat alle 13 kinderen meeglijden op de energie van rust die zo wordt opgebouwd, een enkeling lijkt zelfs in verweer te komen ertegen. 

Gisteren lukte het mij niet om echt een mindful moment neer te zetten…. vermoed ik….  of er waren andere condities onvoldoende om de groep te kalmeren en het bleek niet mogelijk de orde te herstellen. Ik sprak en werd niet begrepen, niet gehoord en niet gezien, totdat ik mijn stem verhief en consequenties verbond aan het gedrag van de leerlingen die me niet hoorden in de vorm van straf…. Ai…. dat doet pijn! Zo wil ik niet reageren. Ik geloof niet in ‘als je…. dan ….’ als middel om een klas te sturen, vooral een klas vol niet-neurotypische leerlingen! Au Au AU …. Ik voelde woede opkomen, onmacht want mijn behoefte aan liefdevolle vriendelijkheid in de omgang met de kinderen werd niet vervuld. Ik draaide me om en met mijn rug naar de klas, riep ik dat ik kwaadheid voelde. Ik plaatste mijn handen bewust op mijn heupen om mijn silhouet scherper te laten uitstralen dat het even helemaal mis met me was. 

In een flits realiseerde ik me dat ik verbindend kon communiceren wat er nu in mij omging, dat de woede ruimte kon krijgen zonder dat ik de controle over mijn woorden zou verliezen en dat geweldloos schreeuwen schadevrij is. Ik zette me op mijn kruk en keek de groep rond, 11 van de 12 kinderen keken naar mij, de 12e keek naar de 11 en sprak woorden tussen die van mij door. Ik vertelde de groep dat lesgeven mijn passie is, mijn hobby; dat ik dat heb gekozen omdat ik ervan hou om met kinderen om te gaan. Ik zei – hard en duidelijk – dat ik in de 10 jaar dat ik voor de klas sta ‘nog nooit’ op deze manier (als je …. dan)  gestraft heb en dat ik dat ook niet wil. Ik riep dat ik een juf wil zijn die kinderen helpt als zij dat nodig hebben, die naar hen luistert en probeert om samen een oplossing te vinden voor de problemen en obstakels die zij tegen komen.” Op het ene jongetje na, die te veel zorgen aan zijn hoofd heeft momenteel om zijn oren naar buiten te kunnen richten, was iedereen stil. Ik deelde blaadjes uit met de opdracht daarop aan te geven wat voor soort juf je wilt en welk gedrag daarbij ondersteunend kan zijn, met woorden of getekend, dat maakte mij niet uit.

Mijn geest stelde een valse noot voor, die ongeveer klonk als ‘als jullie geen juf met aandacht willen, dan kappen we toch’ en ik glimlachte er tegen. Zover krijg je me niet, antwoordde ik mijzelf…… dat is nou precies wat ik NIET wil zijn/doen/zeggen.  

Ik heb een paar vellen gezien en die zeiden me genoeg voor het moment. Toen we na de lunch  zwemles hadden, hing er in de groep een andere energie, lichter, vrolijker, veiliger???? 

Er was een sneeuwballengevecht mogelijk na terugkeer op school en de zak chips kwam ook uit de kast! Is het een opmaat?